Regelgeving blijft achter op dagelijkse inbraak praktijk.

Bij inbraak wordt het gebruik van geweld steeds minder geschuwd. Daarbij is gereedschap om mee in te breken steeds draagbaarder of handzamer en zijn allerhande hulpmiddelen tegenwoordig met accu verkrijgbaar. Door deze ontwikkelingen is het voor regelgevende instanties moeilijk om de normen en standaarden die worden gebruikt om de inbraakwerendheid te classificeren altijd aan te laten sluiten op de praktijk. Hierdoor voldoet de normering voor inbraakwering niet meer aan de praktijk. Gebouwen raken dus steeds minder beschermd tegen inbraak.

Verschil tussen vandalisme en inbraakwering

We kunnen het in- & uitbraakwerend glas grofweg verdelen in de gebieden vandalisme en inbraakwering. Onder vandalisme valt beglazing die bestand moet zijn tegen het gooien van voorwerpen als bijvoorbeeld stenen. Ook hoort hier de gelegenheidsinbreker bij die snel en in stilte probeert zijn buit te stelen. Onder inbraakwering verstaan we beglazing die bestand dient te zijn tegen de “professionele” inbreker en belager. Deze schuwt geen geluid of geweld en is gefocust om zijn doel te bereiken. Bij deze categorie worden allerhande gereedschappen en hulpmiddelen ingezet om binnen te dringen.

Europese regelgeving inbraakwerend glas

Om inbraakwerend glas te testen en classificeren wordt in Europa de EN356 gebruikt. Hierin wordt omschreven hoe glas dient te worden getest en welke classificaties haalbaar zijn. In deze norm zijn twee typen testen omschreven die behoren bij de klassen P1A t/m P5A (vandalisme) en P6B t/m P8B (inbraakwering). De “A-klasse” wordt beproeft middels de kogelvaltest waarbij men een kogel vanaf diverse hoogten op een horizontaal geplaatste ruit laat vallen. Voor de “B-klasse” wordt de bijl-test uitgevoerd. Hierbij wordt met een bijl geprobeerd een opening van 400 x 400mm in een verticaal geplaatste ruit te maken.

Combinatie van glas en kozijn

De combinatie van glas en kozijn wordt geclassificeerd middels een bepaalde weerstandstijd waaruit de weerstandsklassen/risicoklassen RC1 t/m RC6 volgen. In deze weerstandstest wordt het te testen kozijn met glas aangevallen middels een manuele inbraakproef. Hierbij mag gebruik worden gemaakt van de in de norm omschreven gereedschapsets. Met welk gereedschap er daadwerkelijk direct het glas en/of kozijn bewerkt mag worden, staat strikt omschreven in de norm EN 1630.

Voor RC1 geldt dat nooit een manuele inbraakproef wordt uitgevoerd. Bij de RC2 t/m RC4 mag tijdens deze manuele inbraakproef enkel het kozijn worden aangevallen en de randaansluiting tussen glas en kozijn. En dus niet het glas. Bij RC5 en RC6 mag de beglazing wel direct worden aangevallen met de toegestane gereedschappen.

 

Schijnveiligheid

Het niet mogen aanvallen van beglazing komt voort uit de gedachte dat men er vanuit gaat dat een gelegenheidsinbreker zijn buit stilletjes wil bemachtigen door sloten en beslag te manipuleren en hierbij geluid en geweld zo veel mogelijk schuwt. Pas als de professionele aanvaller doelbewust zijn buit wilt verkrijgen zal deze geen geluid of geweld schuwen. Deze splitsing is gemaakt vanaf RC5. Als gevolg van deze splitsing ontstaat er een groot verschil tussen de weerstand die het kozijn en glas kunnen bieden tot en met RC4.

Om het concreet te maken, RC4 moet een weerstand bieden van 10 minuten. Echter met het beoogde gereedschap om het kozijn aan te vallen zal men in ca. 3 minuten door het glas geraken. We hebben hier dus te maken met een schijnveiligheid.

Gezien een inbreker zich natuurlijk niets van de normen aantrekt en al het gereedschap dat deze bij zich heeft gebruikt op zowel glas als kozijn, slot etc. zal door Vetrotech naast het glas conform de norm tevens een minimaal glasadvies gegeven worden. Bij dit advies is gekeken naar de gereedschapsets die er voor de desbetreffende weerstandsklasse mogen worden gebruikt en hiermee het glas kan worden aangevallen, zonder hierbij alle uitsluitingen volgens de norm in acht te nemen.